Fanny Mendelssohn (1805 – 1847) kreeg in Duitsland samen met broer Felix een goede muzikale opvoeding. Tijdens de zondagse concerten van hun ouders voerden ze hun eigen composities uit. Felix werd ‘professional’ en Fanny trouwde met de schilder Wilhelm Hensel, die haar – gelukkig - aanmoedigde te blijven componeren en ook een aantal teksten van haar liederen schreef. Sommige van haar composities werden uitgebracht onder Felix` naam. Pas op het eind van haar leven vond Fanny de moed voor een systematische uitgave van haar 466 werken, waaronder ca 250 sololiederen in het Duits, Frans, Italiaans en Engels.