In januari 2026 zingt Kamerkoor Victoria een concert met muziek van uitsluitend vrouwelijke componist. Het concert heet Van Vrouwenhand.
Door het zingen van (vaak onbekendere) muziek van deze vrouwelijke componisten, laten we muziek horen die vanuit het verleden, maar ook nu nog makkelijk in de vergetelheid raakt. Bij het programmeren ontdekken we dat muziek ook vaak niet eenvoudig te vinden is. Daarom hebben we ons voorgenomen elk project tenminste één werk van een vrouwelijke componist te zingen. Informatie over de componisten van wie we muziek zingen, maken we langdurig toegankelijk op deze site.
Ook verwijzen we graag naar het Spotifykanaal "Van Vrouwenhand" waarop Hansje Cozijnsen (mezzo in ons koor) ter uw en onzer inspiratie uitsluitend muziek van Vrouwelijke componisten heeft verzameld.
Eerst nemen we jullie mee door de muziek geschiedenis, daarna lichten we de levens van de componistes toe.
Hoewel er al in de Romeinse tijd muziek werd gemaakt door vrouwen, begint dit overzicht in de Middeleeuwen (ca 450 - 1450), waarin vrouwenkloosters belangrijke cultuurcentra werden. Naast nonnen zijn er dan nog twee groepen musicerende vrouwen te onderscheiden: jongleresses (speelvrouwen, acrobates, enz.) en trobairitz (vrouwelijke troubadours).
In de eerste eeuwen van het christendom konden vrouwen nog vrijuit zingen in de kerk, maar toen kwamen er tegenstanders die hun ‘schandelijke houding’ tijdens de vieringen bekritiseerden. Vanaf de vierde eeuw werd het hun verboden in de kerk te zingen of muziek te maken.
De Renaissance (1400 – 1600) werd voor vrouwen een periode van sociale achteruitgang: het Romeinse recht dat vrouwen als minderwaardig beschouwde, kwam nu in versterkte vorm weer terug. Het onderwijspeil in de kloosters daalde, terwijl aan de andere kant een universiteit in Parijs ontstond die de kloosterscholen verving. Deze was echter niet toegankelijk voor nonnen. Vrouwen moesten toen vooral goede christenen, echtgenotes en moeders zijn en dus hoefden ze alleen maar eenvoudige eenstemmige liederen te kennen. Een paar vrouwen, vooral afkomstig uit families van professionele componisten, kregen wel grondig muziekonderricht en konden zich en hun composities in het openbaar laten horen. Zij werden daarbij geholpen door de uitvinding van de boek- en muziekdrukkunst.
Terwijl de Renaissancemuziek ‘evenwichtig’ en ‘rustig’ was, werden in de Barok (1600 - 1760) ‘dynamiek’ en ‘dramatische expressie’ belangrijk. Vaste en vrije ritmes – aria`s tegenover recitatieven – gingen elkaar afwisselen en de instrumentale muziek werd even belangrijk als de vocale.
Van eind 17de eeuw tot ver in de achttiende eeuw verbood de kerk vrouwen nog steeds tijdens kerkdiensten te zingen en gaf de voorkeur aan castraten…hoewel castratie door de kerk werd afgekeurd! Ook in het theater in Italië, Duitsland en Engeland werd gekozen voor castraten en jongenskoren. In Frankrijk werd er wel gecomponeerd door vrouwen, maar zij konden hun werk niet gepubliceerd krijgen. Ten tijde van Lodewijk XIV (1643 – 1715) en Lodewijk XV (1715 – 1774) werd het vrouwen toegestaan deel te nemen aan de voorstellingen van de Académie Royale de Musique, onder leiding van Lully.
Begin negentiende eeuw, de eeuw van de Romantiek (1815 – 1910) verslechterde de positie van vrouwen nog meer. Door de invoering van Napoleons Code civil in 1804 werden vrouwen in alle sociale klassen juridisch afhankelijk van hun vader en – bij trouwen – van hun echtgenoot. Ze hadden wel recht op onderwijs. De situatie veranderde na 1850 geleidelijk door de vrouwenemancipatie, betere onderwijsmogelijkheden en doordat vrouwen vaker een belangrijke maatschappelijke positie innamen. Sommigen profiteerden van de ‘salons’ om hun composities te laten horen. In Parijs werd een conservatorium gesticht waar vrouwen enkele vakken mochten volgen en vanaf 1850 ook compositielessen. De meeste docenten hadden er geen bezwaar tegen vrouwen les te geven, hoewel Saint– Saëns een opmerking maakte als: ‘Ze zouden zeker beroemd zijn, als hun fout niet was…een vrouw te zijn’.
Vrouwen moesten vaak kiezen tussen een huiselijk of een artistiek leven, behalve als ze over veel geld beschikten. Om er voor te zorgen dat hun werken werden gespeeld moesten ze bekendheid zien te krijgen door op te treden in salons en concertzalen. Ze omringden zich met invloedrijke personen uit de muziekwereld en uitgeversbranche en door ‘leerling te zijn van…’ Om discriminatie te vermijden bleven ze ook wel anoniem, gebruikten ze een pseudoniem of vermeldden hun voornaam niet.
In de twintigste eeuw werd muziek een belangrijk onderdeel van de opvoeding van meisjes in welgestelde milieus. Ze kregen ook steeds meer een baan in het muziekonderwijs en verwierven compositieopdrachten.
Hildegard von Bingen ( 1098- 1179) was een van de belangrijkste figuren uit de Middeleeuwen. Ze was het tiende kind van een adellijke familie in de Duitse Palts. Vanaf haar geboorte was ze ziekelijk en had – naar ze zelf zegt – al op 3- jarige leeftijd visioenenging op achtjarige leeftijd het klooster in, waar ze een literaire, wetenschappelijke en muzikale opleiding kreeg. Ze werd abdis, reisde rond, schreef biografieën van heiligen, theologische en medische werken en correspondeerde met pausen, bisschoppen en wereldlijke machthebbers, maar ook met gewone mensen die om raad kwamen. Ze componeerde antifonen, hymnen en een liturgisch drama, maar werd ook zwaar bekritiseerd vanwege de manier van zingen tijdens de liturgievieringen in de door haar gestichte kloosters. Desondanks bleef ze tegen de kerkelijke voorschriften ingaan en voegde soms zelfs instrumenten toe aan haar lofzangen. De toonomvang van haar composities is uitgestrekt – vaak twee octaven – en de melodie heeft veel melismen. Over het juiste tempo en ritme ervan heeft ze niets opgeschreven.
Hildegard is heel populair geworden in de New Age beweging en haar muziek heeft veel invloed gehad op Arvo Pärt en Sofia Goebaidoelina.
De afbeelding is een 17e-eeuwse gravure van Hildegard als benedictijnse non.
In januari 2025 zingen we "over de genade" een bewerking van Mariette Harinck van "De sancto Johanne evangelista" dat oorpronkelijk door Hildegard von Bingen is geschreven.
Over Maddalena Casulana (di Mezari) of Madalena Mezari detta Casulana Vicentina (ca 1544 – ca 1584) is weinig met zekerheid te zeggen. Misschien was ze de bastaarddochter van een belangrijk persoon? Misschien werd ze onderhouden door rijke mannen? Hoe ze er uit heeft gezien is ook onbekend. Op Internet staat zogenaamd wel een afbeelding van haar, maar dat is in feite het portret van St. Cecilia, geschilderd door Artemisia Gentileschi.
Maddalena is de eerste (seculiere) vrouw van wie composities – voornamelijk vier- en vijfstemmige madrigalen – in druk verschenen, onder haar eigen naam. Ze was ook zangeres en luitiste. Om rijke sponsoren te trekken, liet ze haar werk opnemen in bloemlezingen van reeds beroemde componisten. In de opdracht van haar Eerste Madrigalen Boek aan Isabella de` Medici Orsini, hertogin van Bracciano (1568) schreef ze : ‘Ík wil de wereld laten zien…dat mannen volkomen ongelijk hebben als ze denken dat zij alleen de gave van intelligentie en artisticiteit hebben en dat zulke gaven nooit aan vrouwen worden geschonken’.
Het Il vostro dipartir dat we in januari 2026 zingen, kan zich zeker meten met haar tijdgenoten.
Vittoria Aleotti (1575 – na 1620), volgens sommige musicologen dezelfde persoon als Raffaella Aleotti (ca. 1570 – na 1646), verbleef in het klooster San Vito in Ferrara, waar men minder streng omging met het verbod voor vrouwen om muziek te maken.
Vittoria componeerde er gewijde motetten en madrigalen, zoals het Ghirlanda de Madrigali à 4 voci (1593). Deze bundel bestaat uit 21 madrigalen op acht gedichten van Giovanni Battista Guarini, de hofdichter van Ferrara. Vittoria schreef nog in de ‘stilo antico’’, maar gebruikte ook al de imitaties, melismen en stemverdunning van de – nieuwe - monodische stijl.
Francesca Caccini (1587 – 1640) werd de eerste vrouw in de periode van de Barok die een opera schreef. Ze was opgeleid in Florence door haar vader Giulio en vormde samen met haar zus Settimia en Giulio`s tweede vrouw Margherita, de ‘Donne di Giulio Romano’. Ze kreeg een aanstelling aan het hof van groothertogin Christine de Lorraine en componeerde ‘spektakelstukken’ (intermedi) voor haar. Il primo libro delle musiche, bestaande uit 32 sololiederen en 4 duetten ‘wereldse’ (temporali) en ‘gewijde muziek’ (spirituali), droeg ze in 1618 op aan kardinaal Carlo de` Medici. Het was een soort lesboek.
Hoe Francesca aan het benodigde geld kwam voor haar boek is onbekend. Ze gaf het vaak als relatiegeschenk.
De foto is een broche met de afbeelding van Francesca, circa 30 jaar oud.
Gevonden in Palazzo Rospigliosi in Pistoia.
Barbara Strozzi (1619 – 1677) was – vermoedelijk – de onwettige dochter van Giulio Strozzi. Ze kreeg les van de operacomponist Cavalli. Giulio stichtte om Barbara te kunnen promoten, de ‘Accademia degli Unisoni’. Omdat vrouwen in die tijd zelden bij dit soort bijeenkomsten waren, was ze het onderwerp van – opgetekende - satires en diverse schrijvers van CD- boekjes zijn hierdoor gaan denken dat ze een ‘courtisane’ was. Ze trad echter nooit in het openbaar op om geld te verdienen.
Barbara had geen kerkelijke beschermheren en ook geen directe wereldlijke patroons. Na haar vaders dood in 1652 schreef ze, vooral in de ‘seconda prattica’, nog meer dan 100 composities in zeven delen, vooral voor sopraan. Deze droeg ze op aan zeer belangrijke personen zoals Opus 8, Arie (1664) aan Sophia, hertogin van Brünswick- Lüneburg. Barbara`s melisma`s zijn langer dan die van Cavalli en haar tekstherhalingen frequenter.
Van Barbara Strozzi zijn geen erkende afbeeldingen bekend.
In januari 2026 zingt Lieke Coenraads Che si può fare van Barbara Strozzi.
Isabella Leonarda (1620 – 1704) trad op zestienjarige leeftijd in bij de Ursulinen van Novara. Zij had daar een koor tot haar beschikking en kon haar eigen partituren tijdens de kerkdiensten laten uitvoeren. Isabella componeerde vooral geestelijke muziek op Latijnse tekst, waarvan sommige van haar eigen hand, maar schreef ook – als eerste vrouw – instrumentale muziek, zoals sonates voor viool en continuo. In haar vocale bundels staan stukken voor tenor en/of bas. Wellicht herschreef ze de oorspronkelijk voor de nonnen bestemde stukken voor gebruik buiten het klooster.
We zingen het Ave Regina Caelorum van haar in januari 2026.
Fanny Mendelssohn (1805 – 1847) kreeg in Duitsland samen met broer Felix een goede muzikale opvoeding. Tijdens de zondagse concerten van hun ouders voerden ze hun eigen composities uit. Felix werd ‘professional’ en Fanny trouwde met de schilder Wilhelm Hensel, die haar – gelukkig - aanmoedigde te blijven componeren en ook een aantal teksten van haar liederen schreef. Sommige van haar composities werden uitgebracht onder Felix` naam. Pas op het eind van haar leven vond Fanny de moed voor een systematische uitgave van haar 466 werken, waaronder ca 250 sololiederen in het Duits, Frans, Italiaans en Engels.
Over Elise Lavater (1820 – 1901) is nog zeer weinig bekend. Ze schreef verschillende koorwerken, zoals de Sammlung von Volksgesängen für gemischten Chor.
In januari 2026 zingen we: "Stille Nacht, du sinkst hernieder" op tekst van Amelie Pfister-Rotenchweiler.
De Duitse componiste en pianiste Luise Adolpha Le Beau (1850 – 1927) kon, voordat ze kon praten, al melodietjes nazingen. Ze kreeg op 5-jarige leeftijd pianoles en componeerde haar eerste stuk toen ze 8 jaar was. Haar composities werden vaak geweigerd omdat ze een vrouw was en ze mocht ook niet naar het conservatorium ‘omdat dat zou leiden tot een feminisering van de kunst en de onvermijdelijke verslechtering ervan’.
Als concertpianiste begon ze haar eigen composities in haar programma`s te verwerken. Josef Rheinberger die haar Viool Sonate op. 10 ‘mannelijk, niet als door een vrouw gecomponeerd’ vond, nam haar nu wel aan als zijn enige vrouwelijke compositie leerling. Louise`s muziek is complex en vereist een virtuoze speeltechniek. Zij schreef opera's, orkest- en kamermuziek, liederen en koorwerken.
In januari 2026 brengen we Der schlummerlosen Sonne (tekst George Byron, vertaald door Eduard Nickless) van haar ten gehore.
De afbeelding laat Luise_Adolpha Le_Beau zien op een afbeelding van de Neue_Musik-Zeitung_1886_Nr._5.
Van de Franse componiste Cécile Chaminade (1857 – 1944) is niet veel bekend omdat zij een aantal persoonlijke documenten na haar dood heeft laten vernietigen. Ze mocht o.a. dankzij Bizet naar het conservatorium. Vanwege geldproblemen ging ze later – naast pianorecitals – pianosolo`s en liederen componeren en trok daarmee door Europa. In Engeland werd ze koningin Victoria`s favoriet. Na een kort ‘platonisch’ huwelijk vertrok Cécile naar de VS en werd daar zeer populair: meer dan 200 ‘Chaminade Clubs’ werden er opgericht. Kijk naar “Anne met een E’ aflevering 7 (Netflix) voor een beeld hiervan! Na een voetamputatie vanwege ontkalking, stierf Cécile in 1944 in Monte Carlo.
De Engelse Ethel Smyth (1858 – 1944) wilde van jongs af al in Leipzig muziek studeren. Van 1877 – 1885 studeerde ze bij Carl Reinecke en Heinrich von Herzogenberg, bij wie ze ook belangrijke personen als Johannes Brahms en Clara Schumann ontmoette. Na Leipzig keerde Ethel terug naar Engeland, waar ze zich bezighield met het componeren van ‘werk voor groot orkest’ en opera`s. Geen enkel theater wilde deze aanvankelijk programmeren omdat ze die ‘te mannelijk’ vonden. Pas in 1910 raakte ze – kortstondig - betrokken bij de strijd voor het vrouwenkiesrecht.
In januari 2026 zingen we uit de Five sacres partsongs: No1. Komm sússer Tod op een anonieme tekst van ongeveer 1724.
Mélanie Hélène Bonis (1858 – 1937), afkomstig uit een katholieke ‘kleinburgerlijke’ familie moest van haar ouders naaister of verkoopster worden. Ze ging toch naar pianoles op het conservatorium, omdat een docent beweerde ‘dat ze door goede lessen een beter huwelijk kon sluiten’. Met haar grote liefde Amédée Louis Hettich, met wie ze samen - veiligheidshalve onder de naam Mel Bonis – muziek componeerde, mocht ze niet trouwen. Vervolgens huwde ze een rijke weduwnaar met vijf zonen, die haar componeren tijdsverspilling vond. Ze kreeg met hem nog een zoon (Eduard) en met Hettich – stiekem - een dochter (Madeleine), die elders werd ondergebracht. Rond 1900 slaagde Mélanie er toch in regelmatig nieuwe composities te schrijven, prijzen te winnen en - als enige vrouw – lid te worden van de Société des compositeurs de musique. Ze schreef ca 300 werken in verschillende stijlen: liederen, kamermuziek en werken voor orkest, orgel en piano, waaronder Mélisande (opus 109), opgedragen aan Monsieur Paul Locard. Dit werk werd door uitgeverij Leduc in 1925 als vijfde deel toegevoegd aan de reeds in 1897 begonnen – uiteindelijk zevendelige - cyclus Femmes de légende.
Foto van Mel Bonis, ca 40 jaar oud. Maker onbekend
Lili Boulanger (1893 – 1918) kon, vanwege haar ongeneeslijke ziekte, niet net als haar oudere zus Nadia, naar het conservatorium, maar verschillende leraren – voor viool, piano, harp en zang - kwamen regelmatig bij haar op bezoek. Fauré begeleidde haar – zes jaar oud – aan de piano, terwijl ze alles zo van blad las. Lili won - als eerste vrouw – in 1913 de Prix de Rome, vermoedelijk omdat ze, vanwege haar gezondheid, geen bedreiging voor haar manlijke soortgenoten was. Lili`s werken zijn dromerige visionaire klankschilderijen die associaties wekken met de muziek van haar tijdgenoot Claude Debussy.
In januari 2025 voeren we de "Hymne au Soleil" op tekst van Casimier Delavigne van haar uit.
Lili Boulanger, gefotografeerd door Henri Manuel, gepubliceerd in Comœdia illustré, 1913.
De Weense Alma Schindler (1879 – 1964) had veel relaties, o.a. met Gustav Klimt, Alexander von Zemlinsky, Gustav Mahler, Walter Gropius en Franz Werfel. Met deze laatste ontsnapte ze vlak voor WO II naar de VS. Ze kreeg ook een paar kinderen bij verschillende mannen. Alma schreef, naast enige instrumentale composities, ca 100 liederen, maar het meeste van haar werk ging verloren tijdens de oorlog of door eigen toedoen. Slechts 17 liederen met pianobegeleiding zijn bewaard gebleven. Toen ze getrouwd was met Gustav Mahler verbood hij haar te componeren.
In januari 2026 zingt Lieke Coenraads Kennst du meine Nächte. van Alma Schindler.
Undine Smith Moore (1904 – 1989), de Afro- Amerikaanse kleindochter van slaven, speelde al op jonge leeftijd piano. Ze studeerde piano, orgel en muziektheorie aan de (Zwarte) Fisk University en vervolgens aan het Columbia University Teachers College, Juilliard en Eastman Schools of Music. Meer dan veertig jaar doceerde ze muziektheorie en compositie aan het Virginia State College. Ze vond zichzelf meer ‘een leraar die componeerde, dan een componist die les gaf’. Na 1953 verwerkte ze steeds vaker Afro- Amerikaanse spirituals in haar, aanvankelijk nogal erg tonale, muziek. Undine zei alleen door ‘black folk muziek’ en Bach beïnvloed te zijn, maar anderen noemen ook ‘ragtime, blues, jazz en gospel’. Ze schreef meer dan 100 compositie, waarvan 50 koorwerken en 21 werken voor solostem. Slechts 26 hiervan werden tijdens haar leven uitgegeven.
Imogen Holst (1907 -1984), de dochter van componist Gustav Holst, groeide op in Londen. Haar carrière als concertpianiste werd bemoeilijkt door een aderontsteking. Ze studeerde vanaf 1926 compositie bij Ralph Vaughan Williams en was van 1952 – 1964 de muzikale assistente van Benjamin Britten. Ze zette Dartington op de kaart als belangrijk muziekcentrum en was van 1956 – 1977 artistiek directeur van het Aldeburgh Festival. Imogen won verschillende prijzen voor haar composities, hoewel die pas de laatste jaren worden uitgegeven en uitgevoerd.
Imogen Holst, foto van George C. Beresford, gemaakt 29 mei 1926
Het Kyrie uit "Mass in A minor" staat in januari 2026 op het programma.
De singer- songwriter Elizabeth Eaton (Connie) Converse (1924- 1974), afkomstig uit een baptisten familie in New Hampshire, won een beurs om liberal arts te gaan studeren. Na twee jaar besloot ze artiest te worden en vertrok naar New York. Geïnspireerd door beat en rock-en-roll schreef ze zo`n veertig liedjes, die ze in 1954 opnam op de taperecorder van Gene Deitch. Nadat ze haar muziek – tevergeefs - aan platenlabels had aangeboden, belandden de opnames in diens kelder. Connie was betrokken bij vrouwen- en verzetsbewegingen, werkte vanaf 1960 voor een krant, maar raakte steeds depressiever én aan de drank. Vlak voor haar vijftigste verjaardag stapte ze in haar Volkswagen Kever en verdween. Pas in 2004 hoorde men toevallig – via Gene Deitch - weer haar muziek en kwam een CD tot stand: How Sad, How Lovely (2009).
In januari 2026 zingt Lieke Coenraads "One by one" van haar.
Hanna Havrylets (1958 – 2022) werd geboren in Oekraïne, toen dat nog bij Rusland hoorde. Ze studeerde aan het conservatorium in Lviv en later in Kyiv. Ze werd in 1985 lid van de Componistenvereniging en won met haar werk veel prijzen, competities en festivals. Ze stierf op de derde dag van de Russische inval in Oekraïne, ten gevolge van een aneurysma, door gebrek aan tijdige medische hulp.
In januari 2026 zingen we Tropar an die Heilige Mutter Gottes, van haar.
Joanna Forbes L`Estrange, geboren in 1971, begon als sopraan en muzikaal leider bij de a cappella groep The Swingles. Van 1998 -2000 gaf ze hiermee concerten in Noord- en Zuid- Amerika, Azië, Europa en Australië. Ze werkte o.a. met Luciano Berio. Als solo zanger is ze gespecialiseerd in hedendaagse ‘crossover music’, maar ze zingt ook met allerlei ensembles. Haar composities worden enorm goed verkocht.
In ons concerten in september 2025 en in januari 2026 zingen we het prachtige canon "Drop, drop, slow tears".op tekst van Phineas Fletcher.
De Amerikaanse Abbie Betinis (1980 - ) begon op 4-jarige leeftijd al met een piano studie. Omdat ze>tot drie maal toe kanker kreeg, moest ze uiteindelijk overstappen naar compositie en linguïstiek. Ze kreeg veel compositie opdrachten.
In september 2025 en januari 2026 zingen we haar canon Be like a bird.