Eerst nemen we jullie mee door de muziek geschiedenis, daarna lichten we de levens van de componistes toe.

 

Hoewel er al in de Romeinse tijd muziek werd gemaakt door vrouwen, begint dit overzicht in de Middeleeuwen (ca 450 - 1450), waarin vrouwenkloosters belangrijke cultuurcentra werden. Naast nonnen zijn er dan nog twee groepen musicerende vrouwen te onderscheiden: jongleresses (speelvrouwen, acrobates, enz.) en trobairitz (vrouwelijke troubadours).

In de eerste eeuwen van het christendom konden vrouwen nog vrijuit zingen in de kerk, maar toen kwamen er tegenstanders die hun ‘schandelijke houding’ tijdens de vieringen bekritiseerden. Vanaf de vierde eeuw werd het hun verboden in de kerk te zingen of muziek te maken.

Hildegard von Bingen ( 1098 - 1179)

 

De Renaissance (1400 – 1600) werd voor vrouwen een periode van sociale achteruitgang: het Romeinse recht dat vrouwen als minderwaardig beschouwde, kwam nu in versterkte vorm weer terug. Het onderwijspeil in de kloosters daalde, terwijl aan de andere kant een universiteit in Parijs ontstond die de kloosterscholen verving. Deze was echter niet toegankelijk voor nonnen. Vrouwen moesten toen vooral goede christenen, echtgenotes en moeders zijn en dus hoefden ze alleen maar eenvoudige eenstemmige liederen te kennen. Een paar vrouwen, vooral afkomstig uit families van professionele componisten, kregen wel grondig muziekonderricht en konden zich en hun composities in het openbaar laten horen. Zij werden daarbij geholpen door de uitvinding van de boek- en muziekdrukkunst.

Maddalena Casulana (1544 - 1584)

Vittoria Aleotti  (1575 – na 1620),

 

Terwijl de Renaissancemuziek  ‘evenwichtig’ en ‘rustig’ was, werden in de Barok (1600 - 1760)dynamiek’ en ‘dramatische expressie’ belangrijk. Vaste en vrije ritmes – aria`s tegenover recitatieven – gingen elkaar afwisselen en de instrumentale muziek werd even belangrijk als de vocale.

Francesca Caccini (1587 – 1640)

Barbara Strozzi (1619 – 1677)

Isabella Leonarda (1620 – 1704)

 

Van eind 17de eeuw tot ver in de achttiende eeuw verbood de kerk vrouwen nog steeds tijdens kerkdiensten te zingen en gaf de voorkeur aan castraten…hoewel castratie door de kerk werd afgekeurd! Ook in het theater in Italië, Duitsland en Engeland werd gekozen voor castraten en jongenskoren. In Frankrijk werd er wel gecomponeerd door vrouwen, maar zij konden hun werk niet gepubliceerd krijgen. Ten tijde van Lodewijk XIV (1643 – 1715) en Lodewijk XV (1715 – 1774) werd het vrouwen toegestaan deel te nemen aan de voorstellingen van de Académie Royale de Musique, onder leiding van Lully.

 

Begin negentiende eeuw, de eeuw van de Romantiek (1815 – 1910) verslechterde de positie van vrouwen nog meer. Door de invoering van Napoleons Code civil in 1804 werden vrouwen in alle sociale klassen juridisch afhankelijk van hun vader en – bij trouwen – van hun echtgenoot. Ze hadden wel recht op onderwijs. De situatie veranderde na 1850 geleidelijk door de vrouwenemancipatie, betere onderwijsmogelijkheden en doordat vrouwen vaker een belangrijke maatschappelijke positie innamen. Sommigen profiteerden van de ‘salons’ om hun composities te laten horen. In Parijs werd een conservatorium gesticht waar vrouwen enkele vakken mochten volgen en vanaf 1850 ook compositielessen. De meeste docenten hadden er geen bezwaar tegen vrouwen les te geven, hoewel Saint– Saëns een opmerking maakte als: ‘Ze zouden zeker beroemd zijn, als hun fout niet was…een vrouw te zijn’.

Vrouwen moesten vaak kiezen tussen een huiselijk of een artistiek leven, behalve als ze over veel geld beschikten. Om er voor te zorgen dat hun werken werden gespeeld moesten ze bekendheid zien te krijgen door op te treden in salons en concertzalen. Ze omringden zich met invloedrijke personen uit de muziekwereld en uitgeversbranche en door ‘leerling te zijn van…’ Om discriminatie te vermijden bleven ze ook wel anoniem, gebruikten ze een pseudoniem of vermeldden hun voornaam niet.

Fanny Mendelsohn (1805-1847)

Elise Lavater (1820 – 1901)

Luise Adolpha Le Beau (1850 – 1927)

Cécile Chaminade (1857 – 1944)

Alma Mahler – Schindler (1879 – 1964)

Ethel Smyth (1858 – 1944)

Mélanie Bonis (1858 – 1937)

 

In de twintigste eeuw werd muziek een belangrijk onderdeel van de opvoeding van meisjes in welgestelde milieus. Ze kregen ook steeds meer een baan in het muziekonderwijs en verwierven compositieopdrachten.

Lili Boulanger (1893 – 1918)

Undine Smith Moore (1904 – 1989),

Imogen Holst (1907 - 1984)

Elizabeth (Connie) Converse (1924- 1974),

Hanna Havrylets (1958 – 2022)

Joanna Forbes L`Estrange  (1971 -    )

Abbie Betinis (1980 -        )